Plastische aan zijn assistenten. Volgens Johannes moest een plastische

Plastische Chirurgie in de Eerste Wereldoorlog:Lang voor de Eerste Wereldoorlog werd er al minimaal gebruik gemaakt van plastische chirurgie maar de Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat mensen dit beter konden gebruiken. Het veroorzaakte een ware revolutie in de plastische chirurgie.Waarom werd er plastische chirurgie gebruikt in de 1e wereldoorlog. In tegenstelling tot de oorlogen voor de 1e wereldoorlog werd er in deze oorlog veel meer gebruik gemaakt van granaten en wapens. Deze nieuwe technologie zorgde ook voor vele meer wonden waarvan de medische wereld nog niet zoveel van af wist. Granaten deden vaak gruwelijke veranderingen aan het gezicht als de arme soldaat het al overleefde, soms zo erg dat de persoon niet eens meer herkenbaar was. Deze gevolgen van de nieuwe wapens waren zelfs zo nieuw dat de Canadezen geen helmen hadden in de Eerste Wereldoorlog. Wat nu een van de belangrijkste onderdelen is van een standaarduitrusting in het leger. Johannes Esser:Johannes Esser is een van de meest belangrijkste chirurgie doktoren in de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Toen de oorlog uitbrak ging hij werken in een van de grootste ziekenhuizen van die tijd: Reserve Spital 2 met 3600 bedden. Toch vond Johannes de plastische chirurgie een van de meest belangrijke dingen die moesten worden gedaan voor de patiënten, dus liet hij de “minder belangrijke” zaken over aan zijn assistenten. Volgens Johannes moest een plastische chirurg beschikken over goede wiskundige en economische inzichten en vooral eenvoudigheid. Deze leer hielp hem een techniek te ontwikkelen die de Esser-inlay zou gaan heten. Esser had ook een nieuwe techniek uitgevonden om de ingrepen op de huid te laten lukken. Het probleem was namelijk dat de wondvocht de hechting verhinderde tussen de onderkant van een wond en de bodem van nieuw aangebracht huidtransplantaat. Dit loste hij op door eerst de besmette bovenlaag van een wond weg te halen en daarna een precieze afdruk van de wond te maken, dit deed hij vervolgens met het tandheelkundige materiaal, guttapercha, gom van de Maleisische gomboom.Hierna maakte hij een huidtransplantaat op de onderkant van de wond vast door het met de hiervoor gemaakte stempel aan te drukken. Het afstoten werd zo tegengaan doordat het transplantaat meteen en exact op de wond aansloot. Hier voegde hij ook nog eens de biologische lappen aan toe.De plastische chirurgie liep over het algemeen vaak nog een probleem op: het dichten van wonden door huidlappen mislukte vaak omdat de overleving van deze huidlap werd belemmerd door  stoornis in de aan- en afvoer van het bloed. Daarom gebruikte Johannes alleen lappen met zowel een aan- als afvoerend vat in het onderhuidse weefsel. Deze nieuwe en verbeterde manier van de reconstructie van de huid lukte en hierdoor werd Johannes Esser erg beroemd binnen de Centrale machten en hielp hij mee tot de plastische chirurgie van vandaag.